Vermogensconversie

Hoe wordt aanwezig vermogen daadwerkelijk uitvoering?

Organisaties beschikken vaak over meer vermogen dan zichtbaar wordt in hun resultaten.

Er is kennis.

Er is ervaring.

Er is vakmanschap.

Er is betrokkenheid.

Toch bereikt niet al het aanwezige vermogen de uitvoering.

Tussen potentieel en realisatie bevindt zich een proces.

Een proces waarin vermogen toegankelijk wordt, beschikbaar komt, wordt gemobiliseerd en uiteindelijk wordt benut.

Dat proces noemen wij Vermogensconversie.

Vermogensconversie beschrijft hoe aanwezig vermogen wordt omgezet in duurzame uitvoering.

De centrale vraag is daarom niet hoeveel vermogen aanwezig is.

De centrale vraag is hoeveel vermogen daadwerkelijk uitvoering wordt.

De Conversieparadox

Vrijwel iedere organisatie investeert voortdurend in het ontwikkelen van vermogen.

In mensen.

In kennis.

In technologie.

In leiderschap.

In verandering.

Maar veel minder organisaties weten hoeveel van dat vermogen uiteindelijk de uitvoering bereikt.

Daar ontstaat een paradox.

Naarmate organisaties meer vermogen ontwikkelen, wordt het steeds belangrijker te begrijpen hoeveel daarvan daadwerkelijk wordt omgezet in uitvoering.

De grootste uitdaging ligt daarom vaak niet in het ontwikkelen van vermogen.

De grootste uitdaging ligt in het verbeteren van vermogensconversie.

De Conversiekloof

Niet al het aanwezige vermogen bereikt de uitvoering.

Onderweg gaat vermogen verloren.

Soms omdat het niet toegankelijk is.

Soms omdat het niet beschikbaar is.

Soms omdat het onvoldoende wordt gemobiliseerd.

Soms omdat het niet duurzaam wordt benut.

Daardoor ontstaat een verschil tussen wat organisaties zouden kunnen realiseren en wat zij daadwerkelijk realiseren.

Dat verschil noemen wij de Conversiekloof.

De Vier Conversiepoorten

Binnen Vermogensconversie staan vier opeenvolgende poorten centraal.

Toegankelijkheid

Kan het aanwezige vermogen daadwerkelijk worden bereikt?

Beschikbaarheid

Kan het vermogen daadwerkelijk worden ingezet?

Mobilisatie

Wordt het vermogen daadwerkelijk geactiveerd voor uitvoering?

Benutting

Wordt het vermogen duurzaam benut binnen de dagelijkse praktijk?

Bij iedere poort kan vermogen verloren gaan.

De Vier Fricties

Vermogensverlies ontstaat niet willekeurig.

Achter ieder verliesmechanisme bevindt zich een vorm van frictie.

Biologische Frictie

Vermogen aanwezig maar niet toegankelijk.

Organisatorische Frictie

Vermogen toegankelijk maar niet beschikbaar.

Cognitieve Frictie

Vermogen beschikbaar maar niet gemobiliseerd.

Gedragsmatige Frictie

Vermogen gemobiliseerd maar niet duurzaam benut.

Deze vier fricties bepalen uiteindelijk hoeveel vermogen de uitvoering bereikt.

De Architectuur van Vermogensconversie

Zoals water onderweg verloren kan gaan voordat het zijn bestemming bereikt, zo gaat ook vermogen verloren voordat het uitvoering wordt.

Vermogensconversie maakt zichtbaar waar dit gebeurt.

Niet om verlies volledig te voorkomen.

Maar om verlies zichtbaar, begrijpelijk en bestuurbaar te maken.

De kwaliteit van een organisatie wordt daardoor niet uitsluitend bepaald door hoeveel vermogen aanwezig is.

De kwaliteit van een organisatie wordt mede bepaald door hoeveel vermogen zij weet om te zetten in uitvoering.

Waarom dit belangrijk is

Veel organisaties proberen prestaties te verbeteren door meer vermogen toe te voegen.

Meer mensen.

Meer kennis.

Meer systemen.

Meer initiatieven.

Maar de grootste hefboom ligt vaak niet in het toevoegen van vermogen.

De grootste hefboom ligt in het verbeteren van vermogensconversie.

De vraag is niet hoeveel vermogen een organisatie bezit.

De vraag is hoeveel vermogen zij weet om te zetten in uitvoering.

De Conversiepijplijn

Niet al het aanwezige vermogen bereikt de uitvoering.

Bij iedere stap gaat een deel verloren.

Daardoor wordt de kwaliteit van uitvoering niet uitsluitend bepaald door hoeveel vermogen aanwezig is.

De kwaliteit van uitvoering wordt bepaald door hoeveel vermogen uiteindelijk de uitvoering bereikt.

Vermogensconversie beschrijft het mechanisme dat bepaalt hoeveel van het aanwezige vermogen daadwerkelijk beschikbaar komt voor realisatie.

Organisaties ontwikkelen zich niet door wat zij bezitten.

Organisaties ontwikkelen zich door wat zij weten om te zetten in uitvoering.


De Centrale Bestuurlijke Vraag

Hoeveel van ons aanwezige vermogen bereikt daadwerkelijk de uitvoering?