Architectuur

Hoe menselijk functioneren georganiseerd is vóór gedrag

Human State Architecture beschrijft menselijk functioneren niet als een verzameling losse factoren, gedragingen of interventies.

Het beschrijft functioneren als een architectuur.

Een samenhangend systeem waarin omstandigheden, predictie, state, toegankelijkheid, gedrag en uitkomsten voortdurend met elkaar verbonden zijn.

Binnen deze architectuur ontstaat gedrag niet op zichzelf.

Gedrag ontstaat vanuit wat onder specifieke omstandigheden toegankelijk blijft voor waarneming, verwerking, regulatie, besluitvorming en handelen.

De centrale vraag van Human State Architecture is daarom niet:

“Waarom gedragen mensen zich zo?”

Maar:

“Welke architectuur maakt dit gedrag mogelijk?”

Modellen verklaren delen van de werkelijkheid. Architecturen laten zien hoe die delen samenhangen.

Menselijk functioneren ontstaat niet direct uit gedrag.

Tussen omstandigheden en gedrag bevindt zich een volledige architectuur van mechanismen die bepalen wat toegankelijk blijft voor functioneren.

Binnen Human State Architecture vormt deze architectuur het fundamentele mechanisme van menselijk functioneren vóór gedrag.

Omstandigheden beïnvloeden predictie.

Predictie beïnvloedt state.

State beïnvloedt toegankelijkheid.

Toegankelijkheid beïnvloedt gedrag.

Gedrag beïnvloedt uitkomsten.

En uitkomsten beïnvloeden opnieuw de omstandigheden waarin het systeem functioneert.

Daardoor ontstaat geen lineair proces, maar een voortdurend adaptief systeem.

Binnen Human State Architecture ontstaan functioneren en toegankelijkheid uit de voortdurende interactie tussen drie fundamentele krachten.

Omstandigheden

De context waarin iemand functioneert.

Predictie

Het voortdurende proces waarmee het brein verwachtingen vormt over wat mogelijk, waarschijnlijk en relevant is.

State

De neurobiologische toestand waarin informatie wordt verwerkt en gewogen.

Deze drie krachten beïnvloeden elkaar continu.

Samen bepalen zij hoeveel toegankelijkheid beschikbaar blijft voor functioneren.

Binnen Human State Architecture vormt State het neurobiologische scharnierpunt tussen omstandigheden, predictie en toegankelijkheid.

State bepaalt niet wat iemand weet.

State bepaalt niet wat iemand wil.

State bepaalt welke cognitieve, sociale, emotionele en regulatieve capaciteiten op een bepaald moment daadwerkelijk beschikbaar blijven.

Daarmee vormt State de vertaling van context en predictie naar toegankelijkheid.

Niet wie iemand is, staat centraal.

Maar wat op dat moment toegankelijk blijft voor functioneren.

Toegankelijkheid vormt het centrale organiserende principe van Human State Architecture.

Niet alles wat aanwezig is, blijft onder alle omstandigheden beschikbaar.

Mensen kunnen beschikken over kennis, ervaring, vaardigheden en motivatie.

Toch kunnen diezelfde capaciteiten onder andere omstandigheden gedeeltelijk of volledig ontoegankelijk worden.

Toegankelijkheid bepaalt:

  • welke informatie zichtbaar wordt;
  • welke opties beschikbaar blijven;
  • welke keuzes overwogen kunnen worden;
  • hoeveel cognitieve ruimte aanwezig is;
  • hoeveel adaptatie mogelijk blijft.

Gedrag ontstaat uiteindelijk vanuit deze beschikbare ruimte.

Binnen Human State Architecture vormt gedrag geen beginpunt.

Gedrag vormt een uitkomst.

Wat zichtbaar wordt aan de buitenkant ontstaat vanuit een onderliggende opeenvolging van processen.

Omstandigheden beïnvloeden predictie.

Predictie beïnvloedt state.

State beïnvloedt toegankelijkheid.

Toegankelijkheid beïnvloedt keuzes.

Keuzes worden zichtbaar als gedrag.

Daardoor verschuift de aandacht van gedragsverklaring naar de architectuur waaruit gedrag ontstaat.

Menselijk functioneren is geen lineair proces.

Het is een voortdurende feedbackloop.

Uitkomsten beïnvloeden opnieuw de omstandigheden waarin mensen functioneren.

Nieuwe omstandigheden leiden tot nieuwe predicties.

Nieuwe predicties beïnvloeden state.

State beïnvloedt opnieuw toegankelijkheid.

Daardoor blijft functioneren zich voortdurend aanpassen aan veranderende omstandigheden.

Deze dynamiek maakt menselijk functioneren:

  • adaptief;
  • contextafhankelijk;
  • lerend;
  • schaalbaar;
  • voortdurend in ontwikkeling.

Wanneer de verschillende onderdelen van Human State Architecture samen worden bekeken, ontstaat een grotere architectuur.

Een architectuur waarin principes, mechanismen, modellen, interventies, governance en toepassingen voortkomen uit dezelfde onderliggende logica.

Binnen Human State Architecture komen verschillende lagen samen:

Canon

De fundamentele principes van functioneren vóór gedrag.

Mastermodel

De centrale architectuur van omstandigheden, predictie, state, toegankelijkheid, gedrag en uitkomsten.

Operating Models

Verdiepende modellen rondom onder andere vernauwing, verbreding, cognitieve bandbreedte, herstelarchitectuur, adaptieve capaciteit en collectieve toegankelijkheid.

Interventiearchitectuur

De principes waarmee toegankelijkheid kan worden gestabiliseerd, hersteld en verbreed.

Governancearchitectuur

De relatie tussen bestuur, organisatieontwerp, collectieve toegankelijkheid en uitvoeringskracht.

Schaalarchitectuur

Hetzelfde mechanisme zichtbaar op het niveau van individu, team, organisatie, publiek systeem en samenleving.

Samen vormen deze lagen geen verzameling modellen.

Zij vormen één samenhangende architectuur van menselijk functioneren vóór gedrag.

Een levende architectuur

Human State Architecture ontwikkelt zich als een open architectuur.

Nieuwe inzichten, toepassingen, onderzoekslijnen en praktijkervaringen kunnen leiden tot verdere verdieping en verfijning van de architectuur.

De onderliggende logica blijft echter hetzelfde.

Menselijk functioneren ontstaat niet direct uit gedrag.

Gedrag ontstaat uit de mate waarin functioneren onder specifieke omstandigheden toegankelijk blijft.

Wat zichtbaar wordt in gedrag, ontstaat uit een architectuur die meestal onzichtbaar blijft. Human State Architecture maakt haar zichtbaar.